sjaggie menschen
hersenscheten

sjaggie menschen

Te vaak mee geconfronteerd vandaag. Zoals elke werkdag, stapte ik om 7 uur in de ochtend in de tram. Niks mis mee op zich, behalve dat het vroeg en koud was. Maar ja, dat is het wel vaker. Tijdens het roken van mijn sigaretje keek ik met een schuin oog naar links en zag tot mijn grote verbazing en schrik dat er ‘geen reisinformatie beschikbaar’ was. Hebben ze zo’n groot, elektrisch, high-tech bord voor één zinnetje. Dat terzijde. Ik voelde de spreekwoordelijke bui al hangen en begon Draw Something en Wordfeud maar eens bij te werken. De tijd doden is soms zo beroerd nog niet. Na een klein kwartier wachten kwam er, zomaar, uit het niets, ineens een tram de hoek om! Jippie, dat was al vlotjes. Instappen en neerploffen maar en dan heerlijk indutten tot je de monotone stem hoort zeggen “halte… Utrecht… Centraal… Reist u met een OV-chipkaart? Dan kon u vast weer eens niet in- of uitchecken vandaag!”. Dat laatste zegt de mevrouw meestal niet. Dat klopt. Helaas. Niets was minder waar. Blij gemaakt met een dode tram! Na drie haltes gingen de deuren niet meer dicht en kon ik het gele racemonster weer verlaten. “Meneer, wat kan ik nu het beste doen”, vroeg ik de trambestuurder. “Zie maar even. Bus 74 komt vast wel langs de plek waar je zijn moet.” “Top! Geloof ik…”. En met lood in mijn schoenen en een sigaret in mijn hand, vertrok ik. “Zijn ze helemaal van lotje getikt”, schreeuwde een medepassagier in mijn oor. Zo, die had ik lang niet gehoord, schoot er door me heen. Als een stel kuddedieren gingen we op een draf naar de bushalte. De helft moest natuurlijk halverwege weer rechtsomkeert maken. ‘Oja. Uitchecken.’ Diezelfde helft -waaronder ik- moest de eerste bus laten gaan. Voller dan propvol. Nog maar even wachten dan. Kon ik mooi nog een sigaretje roken. Dat was dan weer fijn. Toen de bus eenmaal arriveerde en ik heel stiekem vooraan was gaan staan, kon ik vlot en soepel een zitplek bemachtigen. Ik werd direct gestraft. Had ik maar op mijn beurt gewacht. Er kwam een donderwolk van een vrouw naast me zitten, terwijl alle andere stoelen leeg waren. “Zegt die sjauf* da’k moe intsjekke. Ken toch nie assik nie heb uitgetjek bij die trem, of wel dan? Zegt ‘ie da’k een bekeuring krijg assik nie terug ga. Jaaaa, zeg, daaag, kep wel wa anders aan me hoof. Kep me de buik ervan vol!”. Ik knikte en glimlachte beleefd. “Nee, eg, hoor. Kep tog niks misdaan of wel soms?” Wilde ik haar daar toch bijna wijzen op haar manier van spreken.

*Donderwolks voor buschauffeur

Vorige post Volgende post

Dit vind je misschien ook leuk

2 reacties

  • Reply Nynke 04/04/2012 at 18:58

    Haha erg leuk geschreven stukje weer!

    • Reply freelennse 09/04/2012 at 21:09

      Dank je!

    Laat een reactie achter

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.